Hoe jonger de moeder, hoe ouder de dochter

Van de dochters van de stieren die de meeste levensduur ververven, wordt maar ongeveer 1% een 100-tonner. De erfelijkheidsraad voor levensduur is maar 12%, met de nodige onzekerheden. Volgens fokkerijdeskundigen hebben stieren met veel 100-tonners hoge fokwaarden voor laatrijpheid en persistentie. Maar dat betekent dus feitelijk weinig als de kans op een 100-tonner zo klein is. Andere zaken zijn dus belangrijker, maar welke? In onze zoektocht naar de achterliggende oorzaken doen we verschillende analyses.

Aanhoudingscijfers
In een van de andere artikelen gaan we in op de aanhoudingscijfers van de beste en slechtste stieren qua levensduur van hun dochters. Daariut bleken verschillen die te herleiden zijn naar een verschil in uitval in met name de derde en vierde lactatie. Een verschijnsel dat we ook vaak in de praktijk zien. Een belangrijk gegven voor de praktijk waarvan we de achterliggende oorzaken nog niet hebben gevonden. 

75+ tonners
Een bijzondere groep koeien is die de volwassen leeftijd en productie hebben bereikt. We hebben daarvoor een productie van 75 ton of meer genomen. De 75+ tonners. Wat is hun herkomst en wat onderscheidt hen van koppelgenoten? Daarvoor hebben we de gegevens van 450 75+ tonners geanalyseerd. We keken naar de fokwaarden van de vaders en de moeders-vaders, de lactatiewaarde en de lactatie van de mioeder waaruit ze geboren zijn.

Conclusies uit het onderzoek
Op basis van onze analyse zijn de volgende conclusies over de 75+ tonners te trekken:
  • Ruim 62% is geboren uit een eerste of tweede pariteit en bijna 70% uit een eerste, tweede of derde pariteit.
  • Er is nauwelijks tot geen verband gevonden tussen levensproductie en de levensduur van de 75+ tonners en de fokwaarden voor laatrijpheid en persistentie van hun vaders en hun moeders vaders.
  • De 75+ tonners hadden als vaars een bovengemiddelde lactatiewaarde.
  • De hoogte van de lactatiewaarde bepaalde niet de uiteindelijke hoogte van de levensproductie.
  • De 75+ tonners die als vaars gemiddeld de laagste lactatiewaarde hadden, realiseerden gemiddeld een langere levensduur.
  • Koeien geboren uit een jonge moeder hebben gemiddeld een grotere kans op een langere levensduur en een hogere levensproductie.

Oorzaken
Ook uit eerdere onderzoeken kwam naar voren dat naarmate de levensproductie hoger was, de kans groter was dat de koe uit een eerste of tweede pariteit geboren was. Als achterliggende reden wordt gesuggereerd dat er bij pinken en vaarzen minder comcurrentie is om voedingsstoffen tussen melkproductie en embryo/ontwikkeling dan bij oudere koeien. Bovendien is het niveau aan schadelijke nefa’s door de negatieve energiebalans na kalven bij pinken en vaarzen relatief laag. Pinken produceren nog geen melk en vaarzen hebben een relatief lage productie en zijn persistent. De suggestie uit eerder onderzoek dat het gaat om mogelijke nadelige epigenetische effecten op de embryokwaliteit wordt hiermee versterkt. 

Fokwaarden
Wat is nu de betekenis van de fokwaarden voor laatrijpheid en persistentie? In ons onderzoek bleken de fokwaarden voor persistentie en laatrijpheid bij de vaders en moeders vaders van de 75+ tonners ondergemiddeld. Wij vermoeden dat deze fokwaarden voor de selectie van stieren voor levensduurfokkerij nauwelijks toegevoegde waarde hebben. Maar dat wil niet zeggen dat ze voor de koeien zelf geen toegevoegde waarde hebben. Persistentie zorgt voor een betere gezondheid en vruchtbaarheid en indirect voor een langere levensduur.

Lactatiewaarde
Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de uiteindelijke levensduur en levensproductie van de 75-tonners ook worden bepaald door de lactatiewaarde als vaars. Hoe hoger de lactatiewaarde hoe korter de levensduur en hoe hoger de levensproductie. Het omgekeerde is het geval bij een lagere lactatiewaarde als vaars: een langere levensduur en een lagere levensproductie. Dat ligt in lijn met andere onderzoeken. De uitdaging is dus om een goede lactatiewaarde te combineren met een langere levensduur.

Aanbevelingen voor de praktijk
Ondanks dat er nog onduidelijkheden zijn kunnen we voor de praktijk het volgende aanbevelen:

  • ­Richt de fokkerij niet op zeer hoge levensproducties maar op koeien die de volwassen leeftijd kunnen bereiken. Die kans is aanzienlijk groter;
  • Gebruik de beste pinken en jonge koeien voor de levensduurverlenging bij de dochters;
  • Gebruik eventueel gesekst sperma om scherper te kunnen selecteren;
  • Gebruik van bewezen fokstieren vergroot de kans op succes;
  • Benut bewezen koefamilies voor de aanfok. Het is geen garantie maar de kans is wel wat groter;
  • Betrek persistentie en laatrijpheid bij het fokdoel. Hoge fokwaarden bij de stier geven geen enkele garantie, maar elke bijdrage aan de persistentie van het koppel draagt bij aan de levensduur.
  • Stuur niet teveel aan op hogere producties, dat beperkt de levensduur. Fokken op gehaltes heeft de voorkeur, ook economisch.
Lees hier het hele verslag.

 

 

 

 
         
 
Valacon B.V.
Lindendijk 32
5491 GB Sint-Oedenrode
Tel.: +31(0)654 268 292
PRIVACY-VERKLARING AVG

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN
Handleiding Duurzaam Melkvee Management
Valacon B.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 63621509
BTW: NL8553.18.594.B01