Koeien minimaal 8 jaar oud

Het blijft onderzoekers sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw bezig houden: de vraag hoe lang je een koe het beste in productie kunt houden. En keer op keer komt daar bij benadering dezelfde uitkomst uit: ongeveer 8 jaar. Dat betekent dat de koeien 10 jaar oud mogen worden om economisch rendabel te blijven. Alle variabele kosten meegerekend. Toch waren de onderzoeken nog niet compleet. In een nieuw onderzoek (Missfeldt et al., 2015) brachten de onderzoekers variaties aan in het afvoerpercentage en in de strategie van vrijwillige afvoer. Bovendien varieerden ze met de genetische verbetering in productie.

Zonder gedwongen afvoer en zonder genetische verbetering wordt de optimale leeftijd bij 7 gebruiksjaren bereikt. Wordt rekening gehouden met gedwongen afvoer, dan wordt de economische gebruiksduur verlengd naar 12 jaar. Wordt bovendien rekening gehouden met een genetische verbetering van de productie met 50 tot 125 kg melk, dan bedraagt de economisch optimale gebruiksduur 9 tot 12 jaar. Dat is de leeftijd waar ze met de productie weer in de buurt komen van de gemiddelde vaars. Koeien langer aanhouden dan het economisch optimum beïnvloedt het resultaat nauwelijks. Dat komt onder meer omdat er in elk volgende lactatie steeds minder koeien zijn en dus is de lagere productie van die koeien nauwelijks van invloed op het geheel. Wordt de gedwongen afvoer met 30% tot 50% verminderd, dan ligt het optimum rond de 10 gebruiksjaren.

Opvallend is dat het uitvalsrisico van koeien bij het ouder worden gedurende de eerste jaren toeneemt en dan weer afneemt. Als een koe eenmaal een bepaalde leeftijd heeft bereikt dan kan ze vaak nog wel door. Dat heeft te maken met de genetische aanleg van een koe als ze zich sterk onderscheidt van haar koppelgenoten onder dezelfde bedrijfsomstandigheden. En dat betekent dat de fokkerij daar iets mee zou kunnen doen. Dat staat los van de problemen met gedwongen afvoer tot gevolg, want ook dat heeft deels een genetische achtergrond. Uit een recent praktijkonderzoek is ook gebleken dat maatregelen voor levensduur vaak wel leiden tot een hogere productie en meer comfort en welzijn van de koeien, maar lang niet altijd tot een langere levensduur. Ook hier moet de fokkerij meer aandacht aan schenken.

De conclusie voor de praktische melkveehouders is:

Uit economische overwegingen is er geen reden een koe af te voeren zolang ze nog een lactatie mee kan. Anders gezegd: als een koe het goed doet, dan bepaalt het uitvalsrisico in de volgende lactatie of de koe beter kan worden aangehouden of afgevoerd.

 Lees hier het hele onderzoek.