Wat is het effect van laatrijpheid op levensduur en levensproductie?
Laatrijpheid is sterk gecorreleerd aan levensduur. Dus in het fokdoel voor levensduur zit ook laatrijpheid. Er is een blauwdruk voor het fokken op levensduur zoals dat tijdens het symposium Fokken voor Levensduur in maart 2018 naar voren kwam.

Laatrijpheid en productie
Laatrijpheid (Eng.: late maturity) betekent dat de koe rustig opstart. Ze begint ook met ca. 75% van haar productie als volwassen koe. Maar de leeftijd waarop ze volwassen is, is niet de 5e/6e lactatie maar pas twee of meer lactaties daarna. Opvallend is dat ze een oplopende eiwitproductie hebben in de achtereenvolgende lactaties. Typische voorbeelden zijn de Tops-nakomelingen. Sommigen hebben op hun 20e levensjaar nog maar 150.000 kg geproduceerd, maar ze kunnen probleemloos en economisch heel lang mee gaan.

Wanneer heeft het voordelen?
Een koe die er langer over doet om haar top te bereiken, produceert de eerste lactatie minder dan een gemiddelde koe. Als ze haar volwassen leeftijd heeft bereikt, en de gemiddelde koe al lang is afgevoerd (3,25 lactaties), gaat ze pas echt goed produceren. En gaat daar lang mee door. Het negatieve verschil in productie in de eerste lactaties kan goed gemaakt worden door de genetische aanleg voor melkproductie te verhogen. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste honderdtonners laatrijpe koeien zijn die als vaars een relatief hoge productie halen en die geleidelijk aan verder opbouwen. “Ze branden niet op” zoals wel wordt gezegd. Maar let wel, een te hoge productie verkort de levensduur. 

Denk aan de omstandigheden
Hoewel koeien met een genetische aanleg voor levensduur vaak ook onder sobere omstandigheden goed kunnen overleven en presteren, is het toch zaak daar aandacht voor te hebben. Laatrijpe dieren die niet goed gedijen onder de gegeven bedrijfsomstandigheden, halen ook de volwassen leeftijd niet en dat is economisch erg nadelig. Tenzij de productie in de eerste lactaties voldoende hoog is geweest om het goed te maken. Het is dus zoeken naar de juiste balans tussen levensduur en productie om de maximale levensproductie te kunnen bereiken.

Conclusie
Laatrijpheid draagt bij aan de levensduur en in combinatie met een goede productie levert het honderdtonners op.

 
Laatrijpheid is sterk gecorreleerd aan levensduur. De productie van een laatrijpe koe (blauw)
gaat minder snel naar de top. Die bereikt ze dus op latere leeftijd. Als de koe toch niet
ouder wordt, bijvoorbeeld door niet-optimale omstandigheden, dan is er verlies aan
productie. Maar als de koe inderdaad een lagere levensduur krijgt, dan is de 
levensproductie uteindelijk hoger en de kosten zijn lager. De beste strategie is laatrijpheid
te combineren met een wat hogere productie (grijs).
 

 Terug naar het overzicht