Werken aan levensduur of levensproductie?

Sommigemelkveehouders willen liever een hogere levensproductie, anderen een langere levensduur. Als argument voor levensproductie wordt vaak de economie genoemd. De productie zou daarbij het verschil maken. Maar dat is slechts het halve verhaal. Het rendement wordt bepaald door enerzijds de opbrengsten uit melk en veeverkopen en anderzijds de kosten voor de opfok, de voeding, de reproductie, de gezondheid etc. Die bepalen samen het levenssaldo van de koe. De gevolgen een langere levensduur op zowel de productie, de levensproductie en de kosten worden vaak onderschat.

Autonome productieverhoging
Een langere levensduur verhoogt de productie totdat die op latere leeftijd weer daalt. Afhankelijk van de gemiddelde leeftijd van de koeien, levert een extra lactatie meer op dan productieverhoging door de gemiddelde genetische verbetering. Levensduurverlenging, zonder fokkerij-inspanningen, kan al een flink hogere productie geven. Niet alleen omdat de top van de productie pas na een aantal jaren wordt gerealiseerd, maar ook als gevolg van minder gezondheidsproblemen die de uitval zouden veroorzaken. Die kosten namelijk behoorlijk wat melk. De zogeheten melkderving of het verborgen rendement.

Levensproductie versus levensduur
Uit onderzoek blijkt dat extra productieverhoging door de fokkerij de levensduur onder druk kan zetten. Daarmee gaat de productiederving weer omhoog en neemt het levensduur effect op de productie weer af. En dus worden de productiekosten per levensjaar hoger. Om die te kunnen verlagen moet de productie in verhouding meer stijgen dan de kosten als gevolg van die productiestijging. En dat pakt bij een hogere productie niet altijd goed uit. Het is dus maar zeer de vraag of het sturen op levensproductie door een hogere jaarproductie interessanter is dan door het verhogen van de levensduur. Dat is per bedrijf verschillend en de moeite waard om voor het eigen bedrijf eens na te gaan. Een mooi kengetal daarvoor is het levenssaldo.

Conclusie
Voor een maximale levensproductie is levensduurverlenging door optimalisatie van de bedrijfsvoering leidend. De beste strategie is levensduurverlenging combineren met het verbeteren van de genetische aanleg voor productie. Maar een erg hoge productie kost levensduur.

 
Het levenssaldo per koe is de totale opbrengst uit melk en veeverkopen
verminderd met alle directe kosten, van inseminatie tot afvoer. Naarmate 
een koe ouder wordt neemt het saldo toe, maar niet gelijkmatig. De productie 
per jaar wordt hoger en de eenmalige kosten zoals de jongveeopfokkosten per
levensjaar nemen af. Economisch gezien is levensduurverlenging dus lonend.