EEN KALF KAN MEER MELK VERWERKEN DAN GEDACHT

In Noorwegen is onderzoek gedaan naar de opnamecapaciteit voor melk bij kalveren (Kristian Ellingsen et. al, 2015). Uit het onderzoek bleek dat kalveren veel meer op kunnen nemen dan gedacht. De huidige norm van 10% van het lichaamsgewicht lijkt achterhaald.

Ruimte in de lebmaag
De proef werd gedaan met speenflessen met een kleine opening in de speen. Dat wordt algemeen gezien als de beste manier om de reflex van de slokdarmsleuf te stimuleren. De kans op terugstromen van melk naar de pens is dan minimaal. In de praktijk zien we dat ook bij het gebruik van de stugge spenen bij de zogenaamde drinkbar. Bij een jong kalf is alleen de lebmaag actief. De andere magen moeten zich nog ontwikkelen. Via de slokdarmsleuf, een soort by-pass, wordt de melk rechtsreeks naar de lebmaag gevoerd. De vraag was hoeveel melk daar in zou kunnen zonder dat de melk terugstroomt naar de pens. De lebmaag blijkt flink uit te kunnen zetten en sommige kalveren bleken meer dan 6 liter ineens op te kunnen nemen. Zonder dat de melk terugvloeide in de pens. Het bepalen van de precieze inhoud van de lebmaag bleek lastig en er is geen algemene regel. Maar dat het meer is dan wat aanvankelijk werd gedacht is wel duidelijk.

Een keer of meerdere keren?
Je zou de kalveren, omwille van het werk, ook eenmaal per dag een grote hoeveelheid melk kunnen voeren, in plaats vaker een kleinere hoeveelheid. Toch wordt dat niet aanbevolen. Uit onderzoek is namelijk ook gebleken dat de kalveren een grotere kans hebben op stofwisselingsstoornissen. Voor dit onderzoek kregen de kalveren om de andere dag, naast de normale giften, steeds een keer een grote hoeveelheid melk aangeboden, zonder dat de melk terugstroomde naar de pens. Maar dat betekent niet dat ze die hoeveelheid ook drie keer per dag kunnen verwerken. In de praktijk zien we vaak dat kalveren die de eerste keer veel biest opnemen, de dag erna niets drinken. Kennelijk kunnen ze er even mee vooruit. Ook over de effecten op de langere termijn is niets bekend. Het onderzoek geeft dus geen uitsluitsel over het gewenste aantal melkgiften en de maximale hoeveelheid per keer. 

Meer melk, meer groei
Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat een hogere melkgift tot een hogere groei kan leiden en de aanleg van melkklieren stimuleert. Dat resulteert in een hogere productie als vaars. Over de effecten van een onbeperkte melkgift op de krachvoeropname en de ruwvoeropname zijn de meningen nog verdeeld. De kans dat die worden beperkt is er wel, maar wat dat voor gevolgen heeft voor de opname en ontwikkeling na spenen is nog onduidelijk. Maar dat ze wel wat meer kunnen verwerken dan wat nu wordt geadviseerd is wel duidelijk. Uit eerder onderzoek werd geconcludeerd dat een gift van maximaal 20% van het lichaamsgewicht mogelijk moet zijn, terwijl de norm nu op 10% ligt.

Conclusies

  1. Een optimale gift volle melk aan kalveren is uit dit onderzoek niet af te leiden.
  2. Een hogere gift volle melk lijkt goed mogelijk. Er is geen reden om aan te nemen dat het niet voor goede kwaliteit en stremmende poedermelk zou gelden.
  3. Een hogere melkgift, volle melk of poedermelk, verhoogt de groei en bevordert de ontwikkeling.
  4. Voor de praktijk is aan te bevelen de proef op de som te nemen door twee of driemaal daags een grotere hoeveelheid melk te verstrekken.
  5. Belangrijk blijft consequent en schoon werken.

 

 

 

 
         
 
Valacon B.V.
Lindendijk 32
5491 GB Sint-Oedenrode
Tel.: +31(0)654 268 292
PRIVACY-VERKLARING AVG

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN
Handleiding Duurzaam Melkvee Management
Valacon B.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 63621509
BTW: NL8553.18.594.B01