Hoe gemotiveerd bent u?

Levensduur melkvee: Samenwerken, terugkoppelen en zelfvertrouwen.

Hoewel we ons koplopers in levensduur en levensproductie van het melkvee mogen noemen, stagneert sinds enkele jaren de ontwikkeling. De verschillen tussen bedrijven zijn groot, een teken dat het wel kan. Maar waarom lukt het de ene melkveehouder wel en de andere niet? Er zijn voldoende mogelijkheden, dus zou het een gebrek aan motivatie kunnen zijn. In het stalseizoen 2017-2018 deed Valacon in het kader van de Duurzame Zuivelketen (DZK) daar onderzoek naar. De centrale vraag: hoe zit het met de motivatie voor levensduurverlenging  en hoe kan die worden vergroot? In een serie beknopte teksten doen we verslag.

Motivatie: complex maar belangrijk

De motivatie om voor iets “te gaan” is erg belangrijk maar is er niet zomaar. Meerdere factoren spelen een rol:

  • de visie op levensduur: wat is het, hoe belangrijk vind ik het, heb ik de mogelijkheden en hoe pak ik het aan?
  • het zelfvertrouwen: kan ik het wel, heb ik genoeg kennis en ervaring?
  • de terugkoppeling: bereik ik ook de resultaten die ik zou willen bereiken met mijn maatregelen?
  • de steun van anderen in de omgeving (collega’s, erfbetreders, maatschappij etc.): van wie kan ik steun verwachten voor het bereiken van mijn doelen?

Iets doen waar je nut en noodzaak niet van inziet, waar niemand je bij steunt, waarvoor je weinig waardering krijgt vanuit je omgeving, leidt tot niets. Dat geldt voor iedereen. Een melkveehouder die levensduur belangrijk vindt en zich gesteund voelt door de mensen in zijn omgeving (partner, collega’s, boekhouder, dierenarts, veevoeradviseur, fokkerijadviseur, vakbladen) én gewaardeerd wordt door samenleving en politiek, die gaat het winnen. Het belang van die verschillende factoren (wat trek ik me daar van aan?) kan verschillen. De een vindt de mening van de burger belangrijk, de ander die van collega’s, een derde die van de zuivel, een vierde die van de dierenarts, of een combinatie daarvan. Het belang dat melkveehouders hechten aan de mening van elk van de partijen verschilt van geval tot geval. Maar waar het om gaat is, dat zoveel mogelijk betrokkenen samen met de melkveehouder, dezelfde kant op willen. Ze moeten een gedeelde visie hebben, zoals dat heet.

Heeft iedereen dezelfde visie op levensduur?

Nee, dat heeft niet iedereen en daar hebben we gelijk een probleem te pakken. Veel melkveehouders weten niet welke doelen de sector en de zuivel zich hebben gesteld voor levensduur. Dat de sector een doel had van een gemiddeld zes maanden langere levensduur in 2020 ten opzichte van 2011, was nauwelijks bekend. Weliswaar zeggen de meeste melkveehouders dat levensduur hen bezig houdt, zowel voor het bedrijf als voor de sector, maar dat blijkt niets te zeggen over de levensduur van hun veestapel. Ook bij melkveehouders die zeggen dat het ze bezig houdt, ligt de levensduur vaak onder het gemiddelde. Overigens ook omgekeerd, zoals bij melkveehouders die er niets mee hebben, maar wel een ver bovengemiddelde levensduur hebben om andere redenen dan het streven naar een langere levensduur. “Levensduur is geen doel op zich” wordt vaak gezegd. Er zijn allerlei combinaties, maar duidelijk is wel dat er geen gemeenschappelijk doel is voor levensduur bij de melkveehouders. Maar is er dan niets gemeenschappelijks? Jazeker wel. Ongeveer de helft van de melkveehouders zegt levensproductie belangrijker te vinden dan levensduur. Als reden geven ze op dat het om de economie gaat. Degenen die zeggen dat levensduur belangrijker is, geven aan dat je daarmee de productie en de levensproductie verhoogt en de kosten verlaagt en dat is dus economisch voordeliger. Op de vraag wat uiteindelijk toch de doorslag zou geven bij levensduurverlenging is het antwoord steevast: de economie.

In de volgende aflevering gaan daar dieper op in.

Kijk ook eens op www.duurzamezuivelketen.nl