Heeft iedereen dezelfde visie op levensduur?

Nee, dat heeft niet iedereen. Dat de sector het doel had om de levensduur in 2020 ten opzichte van 2011 te verlengen met 6 maanden, blijkt nauwelijks bekend. Weliswaar zeggen de meeste melkveehouders dat levensduur hen bezig houdt, maar dat blijkt vaak niet uit de levensduur van hun veestapel. Bij melkveehouders die zeggen dat het ze bezig houdt, ligt de levensduur toch vaak onder het gemiddelde. Maar bij melkveehouders die zeggen er niets mee te hebben, kan de levensduur ver bovengemiddelde zijn. Ze hebben dan andere redenen om koeien langer aan te houden. “Levensduur is geen doel op zich” wordt vaak gezegd. Vanuit de zuivel wordt levensduur gezien als het resultaat van gezondheid en welzijn, maar dat hoeft in de praktijk helemaal niet zo te zijn. Duidelijk is dat er geen gedeelde visie op levensduur is en ook geen gemeenschappelijk doel.

Gemeenschappelijk belang
Maar is er dan niets gemeenschappelijks? Jazeker wel. Ongeveer de helft van de melkveehouders zegt levensproductie belangrijker te vinden dan levensduur. Als reden geven ze op dat het om de economie gaat. Levensproductie staat bij velen kennelijk voor de economie van levensduur. Degenen die zeggen dat levensduur belangrijker is, geven aan dat je daarmee de productie en de levensproductie verhoogt en de kosten verlaagt en dat is dus economisch voordeliger. Op de vraag wat uiteindelijk toch de doorslag zou geven bij levensduurverlenging is het antwoord steevast: de economie. En op dat punt lijkt er dus sprake van een gemeenschappelijke visie op levensduur. Levensduur is economie. En toch wordt de levensduur van de veestapel niet langer. Hoe dat kan, daar gaan we in een ander deel op in.

Uitersten
Een melkveehouder heeft een productie bij zijn melkvee die ver boven het gemiddelde ligt. Hij gaf aan dat levensduur hem zeker bezig houdt maar de cijfers wijzen op het tegendeel: ver onder het gemiddelde. Waarom is levensduur dan zo belangrijk voor hem? Omdat hij een nog hogere productie wil bereiken en daarvoor moeten de koeien ouder worden. Om de volwassen productie te kunnen bereiken. En daarvoor nam hij ook daadwerkelijk een aantal maatregelen. Belangrijkste reden: een hogere levensproductie en dat is goed voor de economie. Maar de hoge productie remt intussen wel de levensduur en waar kies je dan voor?

Een andere melkveehouder heeft een levensduur die ver boven het gemiddelde ligt. Hij heeft daarvoor bewust de productie lager gehouden en kruist in met andere rassen. Volgens hem lijden de koeien teveel door een hoge productie. Levensduur houdt hem zeer bezig omdat hij zeer begaan is met zijn veestapel en het plezierig vindt om met volwassen koeien te werken. Hij kent ze en hij ziet proberen aankomen en kan tijdig ingrijpen. Toch is alles daaromheen erg sober. Weinig voorzieningen in de stal, een sobere jongveeopfok, eenvoudige voeding en weiden. Belangrijkste argument: het moet wel economisch verantwoord blijven. Maar de koeien blijven ondanks dat toch lang in productie en ondanks de gemiddeld lagere productie per koe behaalt hij een zeer hoge levensproductie.

En zo zijn er veel varianten die uiteindelijk allemaal tot eenzelfde visie leiden: koeien houdt je voor je inkomen en het moet ook nog leuk zijn. Bovendien kan het bijdragen aan een beter imago en dat heeft de sector nodig.

Terug naar het overzicht