Krijgen melkveehouders voldoende steun en waardering?

Veel te weinig, dat is wel duidelijk. Levensduur is nauwelijks een onderwerp dat de aandacht van de erfbetreders heeft. Niet bij de veevoeradviseurs, niet bij de dierenartsen, niet bij de accountants, niet bij de fokkerijadviseurs. Als het al ergens over gaat, gaat het over levensproducties door een hogere jaarproductie. Zelden of nooit over levensduur als basis voor levensproductie en economie. Ze weten net als de melkveehouders zelf nauwelijks dat er sectordoelen zijn. En wat die dan in zouden houden. En de melkveehouders geven aan dat het daar bijna nooit over gaat in de contacten met de erfbetreders. Bij gelegenheid wordt er wel eens in de studieclub iets verteld over levensduur, maar er verandert bij de meesten niets. Onderlinge contacten en discussie over levensduur tussen collega’s zijn er nauwelijks.

Geen ondersteuning
Werken aan een langere levensduur vraagt kennis, gestructureerd werken en goed zicht op de doelen en op de bereikte resultaten. Daarvoor is een goede advisering en begeleiding door erfbetreders belangrijk. Melkveehouders geven aan dat de veevoeradviseur, de dierenarts en de vakbladen belangrijke bronnen van informatie zijn. Maar zoals gezegd, levensduurverlenging komt daar nauwelijks aan bod. Voor de adviseurs een gemiste kans gezien het economisch belang en het belang dat onder meer de zuivelondernemingen en de samenleving er aan hechten.

Te weinig waardering
Door de melkveehouders wordt weinig stimulans en waardering ervaren vanuit, wat we noemen, de maatschappelijke omgeving. Dat zijn de zuivelondernemingen, de overheid, de burgers en de consumenten. Er wordt weinig over gecommuniceerd en velen hebben geen idee wat er speelt. De opvattingen bij burgers over de levensduur staan ver van de werkelijkheid en dat kan dus alleen maar tegenvallen. Brede, heldere communicatie, zonder dat de werkelijkheid versluierd wordt, is van groot belang. Vandaaruit kan de communicatie over de sectordoelen, de maatregelen en de resultaten in de loop van de tijd helder en positief gecommuniceerd worden. Een continu verbeterproces dat waardering en bewondering oproept is wat we zouden willen.

Laat iedereen er zich mee bemoeien
Een deel van de melkveehouders vindt dat de maatschappelijke omgeving er zich niet mee moet bemoeien. Dat de zuivel doelen stelt vinden ze onzin en burgers “snappen er toch niets van”. De meerderheid geeft aan dat het wellicht goed is omdat het kan bijdragen aan een beter imago. Maar dan moet er wel wat gebeuren. Ook hier zie je grote verschillen. Melkveehouders bijvoorbeeld, met een zeer lange levensduur van het vee die vinden dat niemand zich ermee moet bemoeien. En melkveehouders die het belangrijk vinden maar zelf een (te) korte levensduur realiseren. Overigens vinden de meesten dat de levensduur niet gestimuleerd moet worden met een hogere melkprijs of subsidies. Het moet uit zichzelf lonen. Dat is een goed uitgangspunt want dat het loont is intussen wel duidelijk. Maar voor een breed draagvlak, een brede waardering en de zo belangrijke gedeelde visie, is het goed als iedereen daar zijn of haar zegje over doet.

Kijk ook eens op www.duurzamezuivelketen.nl 

Terug naar het overzicht