Is er de voldoende terugkoppeling?

Een heel belangrijke aspect is de terugkoppeling van de resultaten. Dat is om te kunnen zien of het effect heeft, of je de goede kant op gaat en of je iets bij moet stellen. Hoe kun je zien of het goed gaat, of maatregelen effect hebben? Zowel economisch als voor de gezondheid en het welzijn en voor de levensduur. Positieve resultaten stimuleren om verder te gaan en dat geeft zelfvertrouwen. maar een goede terugkoppeling blijkt lastig.

Geen koppeling tussen maatregelen en resultaat
Er is nergens een rechtsreeks koppeling tussen de maatregelen die melkveehouders zeggen te nemen en de resultaten daarvan. Veel melkveehouders geven aan dat ze aan de technische resultaten en in de stal wel kunnen zien of het goed gaat. Maar waarom blijft de levensduur dan achter? Kennelijk motiveert de terugkoppeling onvoldoende of het oordeel is niet positief. Waardoor er veel geld blijft liggen. Een ondernemer zou daar wakker van liggen en onmiddellijk aan de slag willen om het binnen te halen. Maar dat gebeurt dus kennelijk veel te weinig. De vraag is of aan de koeien en de technische resultaten inderdaad kan worden beoordeeld of maatregelen effect hebben op zaken als de levensduur. Maatregelen beïnvloeden elkaar vaak waardoor onduidelijk is wat er nu precies gebeurt en waar je naar moet kijken voor een juist oordeel. Het meest lastige is de economische beoordeling. Nergens wordt de relatie gelegd tussen maatregelen, levensduur en economie. En aangezien economie volgens alle melkveehouders de belangrijkste drijfveer is, moet er een betere koppeling komen.

Maatregelen leveren niet altijd wat op
Dat de resultaten niet meetbaar zijn is geen reden om dan maar niets te doen. Levensduurverlenging levert immers geld op en nog aardig wat ook. De meeste melkveehouders blijken ook maatregelen te nemen die effect kunnen hebben op de levensduur. Toch blijkt de levensduur daar vaak niet beter van te worden. De koeien krijgen het in hun productieve leven wel beter maar de productieve levensduur neemt niet toe. Er spelen dus andere factoren mee. Een ervan kan de erfelijke aanleg voor levensduur zijn, want daarvan weten we dat die er is. Fokken voor levensduur moet dus onderdeel worden van het pakket aan maatregelen op het bedrijf. Daarnaast speelt natuurlijk dat voor veel melkveehouders levensduurverlenging geen doel op zich lijkt en dat stieren om andere redenen worden geselecteerd en koeien om andere redenen vroegtijdig worden afgevoerd. Honderdtonner-fokkers laten zien dat het ook anders kan en onderzoek zou hier meer duidelijkheid over kunnen geven.

Meer of minder jongvee
Vaak wordt verondersteld dat er een verband is tussen de hoeveelheid jongvee die wordt aangehouden en de levensduur. Omdat er teveel jongvee wordt aangehouden, worden koeien te snel afgevoerd. Maar dat blijkt niet zonder meer het geval. Wat uit ons onderzoek is gebleken is, dat bedrijven met een langere levensduur bewust minder jongvee aanhouden en die met een korte levensduur bewust meer jongvee. Sommige melkveehouders houden veel jongvee aan en combineren dat met een lange levensduur. Dus dat doen ze om anderen redenen. Een er zijn bedrijven met een korte levensduur van de veestapel die nauwelijks genoeg jongvee hebben voor de aanwas en jongvee moeten kopen. Dus de hoeveelheid jongvee is niet altijd de factor die de levensduur bepaalt, maar de levensduur bepaalt vaak de hoeveelheid jongvee. Wat misleidend kan zijn is de verwachting dat de genetische aanleg van een vaars per definitie beter is dan die van een oudere koe. Door de vroege vervanging zou ook de genetische verbetering sneller gaan en meer opleveren. Uit Duits onderzoek is gebleken dat die veronderstelling niet juist is.

Maatregelen gestructureerd doorvoeren
Belangrijk is om maatregelen gestructureerd door te voeren. Dat helpt om de mogelijke effecten te kunnen meten. Niet alles tegelijk, in de juiste volgorde en alleen maatregelen die effect kunnen hebben. Daarvoor zijn hulpmiddelen ontwikkeld maar die blijken bij de melkveehouders en hun erfbetreders niet bekend, laat staan dat ze er mee werken. Het streven zou moeten zijn om een bedrijfseigen doelstelling voor levensduur te benoemen met daarbij passende maatregelen op het bedrijf afgestemd en in de juiste volgorde. En daar heb je soms onafhankelijke hulp bij nodig en daarvoor zijn de erfbetreders belangrijk, maar wel onder de voorwaarde dat ze je visie op levensduur delen en respecteren. Of in elk geval in discussie gaan over de levensduurdoelen en hoe die te bereiken en hoe de effecten gemeten kunnen worden. En daar ontbreekt het nog aan.

Kijk ook eens op www.valacon.nl/pdca-aanpak.html 

Terug naar het overzicht