Motivatie voor levensduurverlenging: wat staat ons te doen?

Tijdens de gesprekken met de melkveehouders is gebleken dat levensduurverlenging wel degelijk kans van slagen heeft. Willen de inspanningen vanuit de sector voor levensduurverlenging op melkveebedrijven daadwerkelijk resultaat opleveren, dan moeten we de motivatie van melkveehouders en erfbetreders vergroten.

Communiceer meer
Er moet meer en duidelijker gecommuniceerd worden over de doelen en nut en noodzaak van levensduurverlenging. Niet alleen over het voordeel van een langere levensduur voor de melkveehouder maar ook over de bijdragen aan het sectorbelang en het imago van de melkveehouderij. Niet alleen de succesverhalen maar ook de tegenvallers en de belemmeringen. Anders zetten die levensduur in negatief daglicht terwijl ze met wat hulp van de erfbetreders meestal overkomelijk zijn. Betrek daarom ook uitdrukkelijk de erfbetreders bij de communicatie en de ontwikkeling van een aanpak voor levensduurverlenging.

Maak levensduurverlenging bespreekbaar in de studieclubs en in het onderwijs
In studieclubs en in het onderwijs wordt vaak de kiem gelegd voor nieuwe ontwikkelingen. Daar moeten we meer gebruik van maken met goede voorbeelden en goed lesmateriaal. Levensduurverlenging vraagt vakbekwaamheid en dat is bij uitstek een onderwerp op plaatsen waar collega’s en studenten elkaar ontmoeten.

Laat zien hoe het kan
Het gezegde “van de je fouten moet je leren” gaat ook hier niet op. Je weet dan immers nog steeds niet hoe het wel kan. Wij willen graag naar een project met groepen voorbeeldbedrijven in de regio’s met een typering en aanpak die herkenbaar zijn voor collega’s. Ze leveren materiaal voor een continue en sectorbrede communicatie. Laten we aansprekende voorbeelden zien van bedrijven in de verschillende typeklassen (omvang, regio, weiden, productieniveau, type maatregelen) die de herkenbaarheid bij melkveehouders vergroten en mede een referentiekader kunnen vormen.

Levensduur is gezondheid, welzijn, levensproductie en economie
Als levensduur het doel is dan zijn gezondheid, welzijn, levensproductie, economie en werkplezier de kernwoorden. Met een betere gezondheid en een beter welzijn een langere levensduur met een hogere levensproductie, een gezonde economie en meer werkplezier. Thema’s waarop de individuele melkveehouder op zijn bedrijf invloed kan uitoefenen.

Economie van levensduur inzichtelijk maken
Zoals eerder aangegeven is een goede terugkoppeling van de bereikte resultaten belangrijk. Het motiveert en stuurt. Daarom moeten we de economische voordelen van een langere levensduur inzichtelijker maken, ook die op de langere termijn. Door ze op te nemen in de technische en bedrijfseconomische boekhouding blijven ze in beeld bij de melkveehouder voor een continue terugkoppeling. En omdat economie volgens de melkveehouders uiteindelijk de belangrijkste drijfveer is, hebben we levensduur en economie gekoppeld tot het nieuwe kengetal het levenssaldo. Het levenssaldo is het resultaat van alle opbrengsten en alle kosten van een koe in haar productieve leven. Het geeft aan hoe oud een koe is geworden en wat ze tot op dat moment heeft opgeleverd. Het kengetal valt onder het programma Movam dat staat voor Managementondersteuning verantwoorde afvoer melkvee. Een programma dat is ontwikkeld in samenwerking met een groep melkveehouders. Leer er hier meer over …..

Aanwezige koeien belangrijker dan afgevoerde koeien
De levensduurcijfers van de afgevoerde koeien zegt te weinig over hoe het bedrijf draait. Slechts 15% tot 35% van de koeien bepaalt het cijfer en de rest, de koeien die in stal lopen, doet niet mee. Terwijl dat toch de koeien zijn waarmee gewerkt moet worden, die het werkplezier bepalen en die het geld verdienen. Bovendien hebben koeien met een korte levensduur zoals een afgevoerde vaars, en koeien met een lange levensduur veel invloed op het levensduurgetal van de afgevoerde koeien. En omdat de erfelijke aanleg ook nog mede de levensduur bepaalt zegt het lensduurcijfer bij afvoer te weinig over de dagelijkse bedrijfsvoering. Kortom, door te kijken naar de koeien die in de stal lopen hebben we 65% tot 85% van de koeien in beeld en kunnen we zien hoe ze functioneren en presteren. En dus ook welke maatregelen je zou kunnen nemen voor een langere levensduur. En bovendien hebben uitzonderlijke koeien minder invloed op het levensduurcijfer van de aanwezige koeien.

Bedrijfseigen levensduurmonitor
De gemiddelde actuele levensduur van de aanwezige koeien wordt vermeld in het MPR-overzicht van de managementsystemen en in het jaaroverzicht. Afhankelijk van de actuele levensduur kan de te verachten afvoerleeftijd worden berekend. Er is namelijk een relatie tussen beide die afhankelijk is van de lengte van de actuele levensduur. Bij de gemiddelde levensduur schelen ze ongeveer een jaar en de levensproductie ongeveer een jaarproductie. Naarmate de actuele levensduur toeneemt, neemt ook de afvoerleeftijd toe, maar in verhouding steeds iets meer, en wordt het verschil tussen beide groter. Bijvoorbeeld anderhalf jaar of anderhalve jaarproductie. Door nu de leeftijd van de aanwezige koeien uit de MPR te nemen en die te verminderen van de gemiddelde afkalfleeftijd uit hetzelfde MPR-overzicht, krijg je de productieve actuele levensduur. Door die vervolgens te vermenigvuldigen met de jaarproductie uit dezelfde MPR krijg je de actuele levensproductie van de aanwezige veestapel. Vandaaruit kun je de levensduur en levensproductie bij afvoer inschatten. Zonder grote invloeden van toevalligheden of bijzondere koeien is dat een goede continue monitor voor het bedrijf. De monitor wordt nader uitgewerkt.

Kijk voor meer over de ontwikkeling van levensduur en levensproductie op Levenduur managen

Terug naar het overzicht