Optimaliseer de meest beperkende factor

In vier artikelen gaan we in op de belangrijkste aspecten van de levensduur van melkvee. De eerste bijdrage gaat over fokkerij en selectie. In de tweede bijdrage wordt ingegaan op de managementaspecten in de dagelijkse bedrijfsvoering. De derde afleving gaat over het belang van een goede huisvesting. Deze vierde aflevering gaat over de balans tussen al die aspecten. Hoe kunt u meerdere ballen tegelijkertijd in de lucht houden?

We hebben in vorige bijdragen al aangegeven: de beleving over welke factor de belangrijkste rol speelt, kan van tijd tot tijd veranderen. Eerst won de fokkerij het, daarna het management, en als je een melkveehouder met een nieuwe stal vraagt wat het belangrijkste is, dan neigt hij naar de leefomgeving van de koe. Ofwel de stal en de inrichting daarvan. Dat is logisch, want de laatste stap brengt altijd wat extra’s, omdat het tot op dat moment de meest beperkende factor was. Anders was er geen reden om nieuw te bouwen. Dit laatste, de meest beperkende factor, en het feit dat alle drie factoren invloed hebben op de levensduur, hebben we verwerkt in het zogenaamde KBL-principe®. Volgens dat principe zijn de drie pijlers voor levensduur de Koe (genetische aanleg), de Boer (voeding, verzorging, management) en de Leefomgeving (stal, klimaat, weide). Maar welke is nu echt het belangrijkste?


KBL-aanpak
Het KBL-principe® hebben we omgezet naar de KBL-aanpak. Die houdt in dat elk aspect van de bedrijfsvoering vanuit die drie posities wordt bekeken. Daaruit volgt vanzelf de aanpak. Stel, een aantal koeien heeft een wittelijndefect aan de klauwen en loopt kreupel. Het eerste wat u dan doet, is nagaan waar het probleem vandaan komt. In veel gevallen is het een gevolg van oneffenheden, scherpe randen, obstakels en het moeten maken van scherpe draaien zoals bij de uitgang van de melkstal. Het probleem op willen lossen met alleen de fokkerij heeft dus geen zin.

U kunt er ook op een andere manier gebruik van maken. Als er in dezelfde stal en met hetzelfde management koeien rondlopen die het beter doen dan de rest, is er sprake van een fokkerij-invloed. Kennelijk hebben die koeien de genetische aanleg om onder die omstandigheden beter te gedijen. En dan is de kunst om te achterhalen waarom ze het beter doen, zodat u daar gericht op kunt fokken.

Zoals we in het derde artikel hebben aangegeven, is de pdca-aanpak (plan, do, check, act, red.) een mooi hulpmiddel om gestructureerd en doelgericht te kunnen werken. Voor de stap in die aanpak waar de maatregelen worden benoemd, kunt u met de KBL-aanpak juiste maatregelen vinden. Ze versterken elkaar dus en maken uw aanpak effectief.

De rol van de fokkerij
In het hiervoor genoemde geval van wittelijnaandoeningen door gebreken in de stal, zal ook een goed gebouwde klauw het probleem iets kunnen verminderen. Daar zou de fokkerij ook aan kunnen bijdragen maar het is zeker niet het belangrijkste. Elk probleem heeft zo een eigen achtergrond met de nadruk vaak op een specifieke factor: Koe, Boer of Leefomgeving. Maar heeft de fokkerij dan zo weinig invloed, kunt u zich afvragen. Nee, zeker niet! Maar het ligt eraan voor welk aspect u de fokkerij wilt inzetten. Voor eigenschappen van de koe met een lage erfelijkheidsgraad kunt u beter naar de twee andere factoren kijken. Maar er zijn ook eigenschappen die juist sterk door de fokkerij worden beïnvloed en dat zijn aspecten in de bouw van de koe. Die hebben ook een relatief hoge erfelijkheidsgraad.

Nu blijkt er ook een relatie tussen de bouw en het functioneren. Een voorbeeld. De uiergezondheid heeft een relatief lage erfelijkheidsgraad en dat komt omdat, naast de leefomgeving en het management, veel verschillende eigenschappen en kenmerken van de koe de uiergezondheid bepalen. Zoals de kwaliteit van de spenen, de uierophanging, de doorbloeding, de aanleg voor celgetal. Ook al zijn sommige daarvan goed overerfbaar, dan wordt het eindresultaat door het samenvoegen van al die aspecten veel minder. Immers, hoe meer u er tegelijkertijd bij de stierkeuze mee wilt nemen, hoe kleiner de kans is dat u krijgt waar u naar op zoek bent.

Alles telt!
Door nu te kiezen voor de meest bepalende factoren kunt u met de fokkerij absoluut bijdragen aan een betere uiergezondheid. Maar ook hier geldt dat als die aspecten allemaal op niveau zijn, het management en de stal de volgende beperkende factoren zullen zijn. En zo is dat met alles. Om een maximaal resultaat te kunnen bereiken zult u dus op zoek moeten gaan naar de meest beperkende pijler voor levensduur en die optimaliseren. Om vervolgens ook de andere erbij te betrekken. Als u dat gestructureerd doet, heeft u gegarandeerd succes. Zowel in technisch, economisch, als in management opzicht. Om probleemloos te kunnen melken met koeien die lang meegaan, telt alles!

Actiepunten
- Ga bij een probleem steeds volgens het KBL-principe® te werk en vindt de juiste combinatie van maatregelen.
- Noteer voor elke koe de redenen van afvoer en benoem deze zo specifiek mogelijk. Daarmee wordt het u duidelijk wat de reden(en) kan(kunnen) zijn.
- Wilt op bepaalde punten meer resultaat bereiken hanteer dan hetzelfde KBL-principe®.
- Voorkom bedrijfsblindheid door een kundig iemand mee te laten kijken naar uw bedrijf. Laat dat iemand zijn die alle pijlers kan beoordelen.

 

 

 

 
         
 
Valacon B.V.
Lindendijk 32
5491 GB Sint-Oedenrode
Tel.: +31(0)654 268 292
PRIVACY-VERKLARING AVG

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN
Handleiding Duurzaam Melkvee Management
Valacon B.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 63621509
BTW: NL8553.18.594.B01