Wat zegt de opbouw van de veestapel?

De opbouw van de leeftijd van het koppel kan veel zeggen over hoe het op het bedrijf gaat. Het laat zien in welke lactatie de meeste koeien uitvallen. De leeftijdsopbouw van de Holsteinpopulatie (rode lijn in de figuur) laat een geleidelijk verloop zien. Die blijkt in de praktijk niet veel af te wijken van die van andere populaties. Maar let wel, 70% van de koeien is vóór de volwassen leeftijd al weer van het bedrijf af.

Uitvalsrisico
Het uitvalsrisico (blauwe lijn) is niet voor alle leeftijdsgroepen gelijk en neemt toe met het ouder worden. Maar na de volwassen leeftijd neemt het risico weer af om op oudere leeftijd weer toe te nemen. De gemiddelde koe is niet goed bestand tegen de manier waarop ze wordt gehouden en slechts een klein deel heeft de eigenschappen om te overleven. Koeien die eenmaal volwassen zijn geworden blijken beter bestand tegen de omstandigheden. Er is ook sprake van een genetische aanleg voor levensduur.

Levensduurverlenging is het resultaat van
een lagere uitval. Dat kan gedwongen afvoer zijn
vanwege problemen of vrijwillige afvoer.
Als het vervanginspercentage afneemt neemt het 
aandeel koeien in de eerste vier lactaties af en 
neemt het aandeel in 5e en latere lactaties toe.
Dat komt omdat gemiddeld zo'n 70% van de
koeien al is afgevoerd voor de 4e lactatie.
Dus daar is de winst te behalen. Het gaat dus niet
in de eerste plaats om koeien ouder te laten worden, maar om de uitval voor de volwassen leeftijd te verminderen. Koeien moeten volwassen kunnen worden.

Effect van uitvalvermindering
Het gemiddelde van de populatie vertekent het beeld enigszins. Alle afwijkingen worden weggemiddeld. Alsof er geen gedwongen afvoer is, maar alleen vrijwillige afvoer. In de praktijk wijkt de opbouw op het individuele bedrijf daarvan af. Dat maakt veel duidelijk over de individuele bedrijfsvoering, in vergelijking met het gemiddelde. Maar over het geheel genomen zien we dat bij levensduurverlenging de uitval onder met name de jongere koeien snel lager worden. Dat is omdat daar de uitval ook het hoogst is, dus daar valt relatief het meest te winnen.

Met het ouder worden neemt de kans op uitval toe
(blauwe lijn). Uit een analyse van de Holstein-populatie
blijkt dat de kans op afvoer weer afneemt zodra de
koeien volwassen zijn. Ze zijn kennelijk sterk genoeg
om langer mee te kunnen gaan. Dat is ook genetisch
bepaald. Op hoge leeftijd neemt de kans op afvoer
weer toe. De rode lijn geeft het aantal dieren dat de huidige
lactatie overleeft en doorgaat naar de volgende lactatie overblijft

De afvoerleeftijd op voorhand inschatten.
Tussen de actuele levensduur en de leeftijd bij afvoer bestaat een verband. Bij jonge veestapels is het verschil tussen de actuele leeftijd en afvoerleeftijd klein omdat er relatief veel jonge koeien in het koppel lopen. Hoe ouder de veestapel wordt, hoe groter het verschil wordt. Maar dat effect van levensduurverlenging wordt pas echt duidelijk als het vervangingspercentage relatief laag is geworden. In tabel is dat te zien. In de praktijk zien we een afwijkend beeld van de leeftijdsopbouw als gevolg van de verschillen in uitval in de verschillende leeftijdsgroepen. 

Met het toenemen van de leeftijd van de veestapel, wordt het verschil tussen de leeftijd
van de
aanwezige koeien en de leeftijd bij afvoer groter. En dus ook het verschil in
levensproductie. In de praktijk wijken de verschillen daar meestal van af door de
gedwongen afvoer in de verschillende lactaties.

Terug naar het overzicht