Waarom gaat op hetzelfde bedrijf de ene koe veel langer mee dan de andere? Waarom blijven de dochters van de ene stier veel langer in productie dan die van de andere? Waarom brengt de ene familie veel meer 100-tonners voort dan de andere? Er is nog veel niet bekend over de relatie tussen de genetica en de levensduur. Te vaak baseren we ons in de fokkerij op correlaties maar die zeggen niet genoeg over de relatie tussen de aanleg en de levensduurresultaten. Dat maakt fokken op levensduur lastig. Waar liggen de aangrijpingspunten? Op basis van onderzoek en gesprekken met fokkers komen we tot een blauwdruk voor het fokken van duurzame koeien:

  • Goede productie en gehaltes (voor de economie)
  • Laatrijpheid (rustig opstarten en tijd voor doorontwikkeling)
  • Persistentie (beter voor gezondheid en vruchtbaarheid)
  • Goede en gezonde uiers
  • Goede en gezonde klauwen en benen
  • Goede vruchtbaarheid
  • Zo weinig mogelijk inteelt
  • Betrouwbare informatie

Als je de bedrijfsvoering en de leefomgeving goed voor elkaar hebt, dan maakt de koe het verschil. Fokken is dus niet belangrijker dan de andere factoren maar als je verkeerd fokt creëer je wel een probleem. Meer informatie over de achtergronden van de genetica in relatie tot de levensduur vind je op het kennis- en informatieplatform.

Menu